Op 21 juni is het Wereldvluchtelingendag. Musab, FMDO*-vrijwiliger bij Verhalen in Alle Talen**, schreef een gedicht over zijn turbulente weg naar Oostende. Het gedicht heet ‘The Unfolding Map of Scars’, en werd door FMDO-stagiaire Aerin vertaald naar een Nederlandse versie: ‘De kaart van mijn littekens’.

Het stof uit Kabul waait op, een geest op mijn huid,
de stenen in zeven staten namen kennis van mijn stappen.
De grens een fluister, een broze draad,
mijn moeder’s tuin verliet ik, droeg hoop in de plaats.
We bewandelden de paden tot onze voeten niet anders konden
dan zich over te geven
aan het pad, ontvouwd onder onze stappen
bergtoppen glunderden glorieus, dreven de spot
met de honger die onze harten brulden
Het water uit de rivieren stromend door de nacht, het gutsen van de wind, ijzig koud
als angst, knikkend naar de smokkelaar, biddend
voor een Europa, nabij het onze in onze dromen.
Diesel en zout lieten vlekken achter, de boot stond op kapseizen
en breken,
een blanke streep hemel boven onze verwrongen adem.
Daar lag ik tussen boomstammen, onder niets dan vliegend licht,
zag ik de maan zilver wenen, snakkend naar de dag.
Bitterzoete vlagen paniek, het onherroepelijke dreunen van de motor,
wetende dat als hij haperde, er geen redding te vinden was.
Tuimelend op grind, nat, bevend, geblutst,
vonden we wagens uit schaduwen.
In donkerte, onder vloerplaat en stank gedrukt,
iedere plotse plons een hamer, iedere stilte het roepen van een uil.
We leerden van de stilte te houden, van het moment waarop we konden ademen,
voordat de wereld zich herinnerde dat ze uit martelingen bestond.
Een enkele nacht in een kerkhof, onder het knikkende hoofd van een steen,
een vochtige, vergeten stof die ik me de mijne waande.
Het lege, bevroren schild van een pakhuis langs het spoor,
de regen een nooit eindigende droefenis overstromend in mijn oor.
Het vriezen kreeg een naam, een trillende vriend door mijn aderen,
al delend het brood met vreemden, waaiend uit de stenen.
Ik zag de branding vervagen in de zwaarte van een jongeman’s blik.
Ontwaken kon hij, lopen niet, de ijzige hemel boven hem.
Mijn kameraden verlieten het pad,
mijn schild brak doormidden, het gebroken brood aaneengerijgd.
Ik leerde mijn les: dit pad verzegelt alle wonden.
Ergens verderop het geflikker van een vuurtoren, viel haar licht rakelings naast me neer.
Klein en koppig verlichtte het mijn pad, en vertelde me, door te zetten.
De handen van zij die me hielpen, een verborgen schotel rijst,
De stille belofte die ik maakte, de verschrikking tegemoet
Ik draag de maatstaf van werelden op mijn schouders, de marteling nabij.
Iedere stap spiergeheugen brullend van bebotste, bevroren voeten.
Ik sluit mijn ogen, en in plaats van het donkere regeren van oorlog, zie ik
een enkele, vruchtbare bloem bloeiend door de regen. Als geest kwam ik toe, een nummer,
een lichaam niet eens heel,
maar arriveren deed ik met niets anders,
dan mijn brandende, vurige ziel.
*FMDO vzw (Federatie Mondiale en Democratische Organisaties) verbindt en versterkt mensen in deze diverse samenleving en doet dat met sociaal-culturele verenigingen van mensen met een migratieachtergrond en gedreven vrijwilligers die het hart van FMDO vormen. www.fmdo.be.
**Verhalen in Alle Talen is het voorleesproject van FMDO, met vrijwilligers die graag verhalen voorlezen aan kinderen, in hun moedertaal. Alle info op www.fmdo.be/verhalen-in-alle-talen.
Gedicht door Musab (FMDO-vrijwilliger Verhalen in Alle Talen)
Vertaling uit het Engels door FMDO-stagiaire Aerin Thijs